Ik kijk telkens even op om te kijken of mijn man niet toevallig eerder thuiskomt vandaag. Ondertussen zit ik, ik wil zeggen ongegeneerd maar niets is minder waar, op de bank Suits te kijken op Netflix. Nog niet eerder heb ik dit zómaar overdag gedaan. Er is altijd een stem die zegt dat ik nog wat moet. Dat ik niet níks mag doen. Dat ik vooral moet zorgen dat alles aan kant en gedaan is. Het is niet alleen een stem, het is ook een energie in mijn lijf. Een soort voortstuwende energie. “Kom op, doorgaan. Armen uit de mouwen. Maak jezelf nuttig! Kin omhoog. Rug recht. ” Dat soort energie.

Ik sta even een stil en realiseer mij hoe krachtig deze energie is. Gebouwd op (oude) overtuigingen. Niet eens heel concreet, maar toch iets van: ik ben niet goed genoeg als ik dit niet doe. Ik mag niet zomaar mezelf verwennen of ronduit een dag chillen. Dan is er oordeel. Hetzelfde oordeel dat scherp in mijn hoofd (of uit mijn mond…) komt als mijn man wel even ongegeneerd iets voor zichzelf doet. Of als de kinderen te lang achter een scherm zitten.

Oordeel dus. En schaamte of schuld als ik mij niet gedraag zoals ‘het hoort’. Een interessant gegeven. En een stuk wat ik inmiddels al best wat uitgeplozen heb. Zeker in mijn werk ook, bij anderen.
Nu gaat het over mij en het is nog niet vrij. Het steekt nog geregeld de kop op. Dus de vraag rijst: wil ik er wel afscheid van nemen? Wat levert het mij op? Het levert in ieder geval op dat ik ‘lekker’ commentaar kan leveren op mensen die ‘het niet goed’ doen. Als ik het zelf ineens ook ga doen, dan kan dat niet meer. Wat nog meer? Oe. Au. Werkelijk contact maken met het stuk ‘ik ben niet goed genoeg als ik mij niet nuttig maak’ zit diep… En het raakt mij als ik er naar toe beweeg. Mijn buik krimpt samen. Ik voel: het is oud. En misschien is het zelfs wel niet alleen van mij, maar collectief. Uit mijn gezin of uit de generaties ervoor. Het is in ieder geval diep geworteld.

Hoe zou het zijn als ik werkelijk goed genoeg ben? Als ik MIJZELF werkelijk goed genoeg vind. Onder welke omstandigheid dan ook. Grappig, in het woord ‘vind’ zit alweer scherpte. Ik ga m dus anders formuleren: ik ben helemaal ok, precíes zoals ik ben. De zin maakt ruimte in mijn buik. Enigszins onwennig maar ook fijn. Ik spreek de zin nogmaals uit. Het effect is dat mijn systeem direct vrijer voelt. Dan test ik een andere zin: ik ben helemaal ok, ook als ik niet helemaal ok ben. Ik moet hardop grinniken. Om mijzelf. En ik denk: eigenlijk ben ik best ok.

Deel dit artikel